Soms levert een focus op klantgericht werken juist een tegenovergesteld resultaat op. Lees hierover meer in ‘De Serviceparadox‘
Om het voortdurend slinkende onderscheid met de concurrent te vergroten, neemt de roep tot meer en betere service toe. En tja, dat is altijd goed nieuws voor beletteringsbedrijven. Volgens mij hoef je hun meest ervaren medewerkers niet eens meer de vruchten van eindeloze heisessies of dure consultants te overhandigen. Zeg ze gewoon bij binnenkomst: “Daar is de muur waar we het over hadden! Kalk er maar waarden m.b.t. Service op in dit lettertype!” En hup, uit hun blote hoofd gaan ze meteen voor je aan de slag met fruitmachine buzz-words als: ‘Klant’ …’Centraal’ …’Added… ‘Value’… ’Committed’… ’Excellence’… ’Each day’… etc.
De meeste ‘eager-beaver’ managers doen bovenstaande oefening simpelweg omdat dit ook bij hun vorige bedrijf salonfähig was of omdat ze niet bij hun bemuur-slogande concurrenten willen achterblijven. Ach, why not… Een kniesoor die zich druk maakt dat, zelfs na maanden, bijna niemand de tekst uit z’n hoofd kent die in koeienletters achter hun bureau prijkt. Erger wordt het wanneer deze zinloze exercitie plaatsvindt in het kader van een service-overhaul. De service wordt dan voor eens en altijd leaner, meaner en effectiever gemaakt (o yeah!). Na veel gesoebat en geconsulteer komt het Plan van Aanpak telkens weer op de volgende zaken neer:
1) Al onze serviceprocessen worden gestroomlijnd en gedocumenteerd.
2) Wij staan voor een klantgerichte, persoonlijke aanpak waarbij de klant centraal staat.
Voor je door gaat met lezen, wil ik je verzoeken om bovenstaande twee actiepunten nog eens te lezen. Want volgens mij zit er een grote fout in. Een paradox zelfs.
De combinatie van deze processen staat in mijn bescheiden mening garant voor het tegenovergestelde resultaat. Of tenminste voor het zinloos verspillen van de weinige middelen die de medewerkers nog tot hun beschikking staan om de klant te verrukken. De tegenstelling zit hem in het spijtige gegeven dat we enerzijds de mogelijkheden van de servicemedewerkers aan banden leggen en hen gelijktijdig een zo persoonlijk mogelijke klantenbenadering proberen te verkopen. Bijten deze twee zaken elkaar dan? Absoluut! We proberen onze servicemensen – en onszelf – weliswaar wijs te maken dat ‘stroomlijnen’ en ‘documenteren’ nooit een slechte zaak kan zijn. Maar bij het binden van klanten is dit wel degelijk het geval. Service is namelijk een PERSOONLIJKE waarde tussen individuen; in dit geval tussen de medewerker en de klant. Maar deze laatste ervaart steeds meer dat de service die de medewerkers hen verlenen, volledig door het instituut wordt ingegeven. Wanneer de medewerker iets voor ons doet, is dat dus niet langer het resultaat van een wederzijds gecreëerde relatie, maar meer een mechanische ‘favour’ van het systeem geworden.
Ga eens bij jezelf na van hoeveel bedrijven je – zowel zakelijk als privé – gebruik maakt omdat je daar mensen kent die jou persoonlijk kennen en waarderen. Denk aan monteur Piet die steeds je ruitensproeiers even voor je bijvult of supply chain manager Claire die speciaal voor jou extra kabeltjes regelt. En bedenk nu eens hoe deze bedrijven er voor je uit zouden (gaan) zien wanneer je zeker weet, dat alles wat ze voor jou doen uitsluitend volgens gestroomlijnde protocollen verloopt. De relatie die je met individuen hebt opgebouwd staat niet langer meer borg voor je veiligheid. Zowel jij als zij zijn gebonden aan perfect gedocumenteerde regels waaraan iedereen zich moet houden. Mja, voor het eerst ga je nu de samenwerkings-overeenkomsten maar eens echt doorlezen om te weten waar je staat wanneer er (weer) iets mis zou gaan. Intussen hebben de medewerkers wel de meest klantgerichte benadering geleerd hoe ze je moeten vertellen dat de protocollenmanual ze niet langer toestaat om je te helpen met jouw specifieke probleem…
De denkfout van het management zit in het idee dat ze de klant door middel van service aan het BEDRIJF moeten binden. In de absolute realiteit verbinden we ons als consumenten en afnemers echter aan instituten via de individuele acties van hun medewerkers naar ons. En als we veel goede, persoonlijke ervaringen meemaken, ontstaat al snel een (echt) goed gevoel over het bedrijf waarmee we werken. Maar de gestroomlijnde regels dwingen diezelfde medewerkers in gestandaardiseerde oplossingen, waardoor eerder wantrouwen dan vertrouwen jegens het bedrijf ontstaat. Vergelijk het met het bezoeken van kennissen. Stel dat de volwassenen nog even in de keuken bezig zijn en hun kinderen spontaan op je schoot gaan zitten en geïnteresseerde vragen aan je stellen. Denk je eens in wat voor positieve gedachten je bij die familie gaat krijgen. Hier wil je best vaker komen. Maar dan komt de moeder binnen en vraagt aan de kinderen of ze direct op je schoot zijn gaan zitten en of ze de juiste vragen wel hebben gesteld. Vervolgens wordt dit, d.m.v. een huisgast-tevredenheidsonderzoekje, nog even bij jou gecheckt. En dit is dan nog het meest positieve scenario, waarin je zelf niet doorhad dat die kinderen het mechanisch ‘persoonlijk’ met je maakten. Want dit merk je steeds meer in de gestroomlijnde dienstverlening. De medewerkers ondervinden totaal geen vreugde meer om standaardservice te (mogen) verlenen. Voor hen is het als het kopen van een bruiloftscadeau van een lijst; wel zo gemakkelijk – want fout kun je het niet (meer) doen – maar wel verdomd onpersoonlijk. Daar kan geen muur-slogan, engagement-cursus of ‘Wij werken voor De Klant!’ button tegen op. Als klap op de vuurpijl worden ze vervolgens in toenemende mate afgerekend op klanttevredenheid. Zelfs als deze KPI positief uitvalt, gaat de erkenning meer naar de service bepalende managers, dan naar de medewerkers. De grootste prijs die we voor de serviceparadox betalen zit dan ook in het verlies van creativiteit. Hoe vaak hebben we niet meegemaakt dat ons warme gevoel naar een leverancier voortkwam uit een spontane, creatieve actie van één van hun medewerkers? (En vaker wel dan niet zijn dat oplossingen die het bedrijf praktisch geen hout kosten). En hoe zouden we ons voelen wanneer hij/zij voor een dergelijke actie eerst een aanvraag moet indienen? Tenminste: als hij/zij überhaupt nog in staat is om dergelijke ideeën voor ons op te kunnen hoesten. Ook al staan wij ‘centraal’.
Om je Service daadwerkelijk te verbeteren staat eigenlijk alleen de moeilijk(st)e weg open. Je medewerkers moeten juist meer dan ooit in staat worden gesteld, om persoonlijke relaties met HUN klanten te kunnen maken. Hiertoe hebben ze niets aan een ongeloofwaardige klantfocus, terwijl hun echte middelen aan banden worden gelegd. Om dit succesvol te krijgen, zal het management een hoge prijs moeten betalen. Ze zullen namelijk (echt) moeten gaan leidinggeven. Zorg voor alom aanwezige ‘sergeants’ in je serviceafdelingen voor wie de medewerkers willen scoren. Alleen dan zullen ze maar zelden het bedrijfsbelang ten opzichte van de klant uit het oog verliezen. Al gauw krijgen ze de discipline om hun (verruimde) middelen niet klakkeloos aan de klanten uit te delen. Creativiteit moet boven procedure staan en de ‘sergeants’ van het service-apparaat zullen voortdurend individuele cases moeten beoordelen. Uiteindelijk leren de medewerkers het zelf.
O, wacht even; je hebt ‘de juiste mensen’ hier niet voor? Kijk dan maar eens, welke acties er toe geleid hebben dat ze ‘onjuist’ werden. Misschien begon het allemaal met een briljant Plan van Aanpak voor de serviceafdelingen…



Training